Programma

Speerpunt 2: Meer en veilige trage mobiliteit

Meer en veilige trage mobiliteit: brede en goed onderhouden voet- en fietspaden, meer mensen en jongeren op de fiets krijgen door uitvoering van het fietsbeleidsplan en efficiënter openbaar vervoer in alle deelgemeenten.

Op drukke verkeersassen staat een vlotte verkeersdoorstroming centraal. Het fietsverkeer verloopt zoveel als mogelijk gescheiden. Waar mogelijk verdwijnen parkeerplaatsen voor een verhoogd fietspad. Parkeerplaatsen worden (indien noodzakelijk) gecompenseerd door de aanleg van parkeerhavens. Op trage wegen wordt doorgaand verkeer geweerd door verkeersvertragende maatregelen en ‘knippen’ zoals bijvoorbeeld nu al het geval is in de Scheldemeersen, de Marktweg en enkele wijken. Nieuwe vormen van mobiliteit (autodelen, faciliteiten voor e-bikes, laadapparatuur voor elektrische wagens,…) moeten optimaal worden ondersteund. Het vernieuwde stationsgebouw wordt een belangrijk knooppunt voor deze ‘nieuwe’ vormen van mobiliteit.